Was het vroeger echt beter?
Een column door Bob Dejongh.
De vraag is zo oud als de straat. En tegelijk nog steeds brandend actueel: was het vroeger echt beter? Of het daadwerkelijk zo is, weet ik niet. Eenvoudiger, dat was het alleszins. Of dat denk ik toch.
Voetbalschoenen (zwart), scheenlappen (van enkel tot knie), een handdoek, douchegel en – als je echt speciaal wilde doen – tijgerbalsem. Een klein tuubke. Want dat spul was godsgruwelijk venijnig: het brandde eerder een gat in de adductoren dan ze te beschermen. Je kwam er probleemloos 5 seizoenen mee toe.
Dat was het. Enkel die spullen staken destijds in een voetbaltas. Destijds; vóór een afgemeten terugspeelbal een ‘fortyfive’ was. En een wingback niet bestond. Een back die zich toen over de middellijn durfde wagen werd net niet gevierendeeld.
Naar analogie met de woordenschat was voetbal, in al haar aspecten, eenvoudiger. Anno nu is het dynamischer en sneller. En de spelers atletischer, maar ook ijdeler. Een Memphisiaanse haarband, ter hoogte van de kuit geknipte gaten in de voetbalkousen (waarom in hemelsnaam?) of een veelvoud aan tattoos. Ondanks het gebrek eraan toch al het hele levensverhaal in twaalf of meer hoofdstukken; het liefst nog voor de achttiende verjaardag vereeuwigd op arm, rug of onderbeen. Insta, Snapchat en andere TikToks smullen er van. Maar deze bijna-boomer kijkt als de koe naar de voorbij rijdende trein.
Nu, de eerlijkheid gebiedt mij ook wel om te zeggen dat prima-donna’s van alle tijden zijn. Ik herinner me een documentaire over het WK 1986 in Mexico. Kijktip trouwens. Alleen al voor het commentaar van wijlen Rik De Saedeleer. (Daar se, Demol. Demol. Ahahahaaaa). Kijken: in zijn geheel te vinden op YouTube.
Tijdens een oefenstage in Zwitserland in aanloop naar het WK krijgt reservedoelman Jacky Munaron de lachers op de hand met zijn impressie van enkele diva’s in de selectie. In de eerste plaats het 20-jarige opkomend supertalent: de flamboyante Enzo Scifo. Maar ook Gilbert Bodart en Franky Vercauteren.
Ook de Bosuil had zijn ijdeltuiten: Lehnhoff (die nekmat en bijhorende oorringen), het afgemeten snorretje van Frans Van Rooij (menig barista droomt van zo’n bovenlip) of de Backstreet Boys-middenstreep van Wim Kiekens.
Om maar te zeggen: het is niks nieuws. Alleen was het vroeger eerder uitzondering dan regel. Een foto naast het veld is nu belangrijker dan één erop. Een trui is niet langer een kledingstuk: het is een statement. Ook de spontaniteit van het onbevangen vieren na een goal is vervangen door een doordachte choreo, inclusief handgebaartjes. En da’s jammer. Al zou het ook zomaar gewoon kunnen dat ik oud en grumpy word.
Dus, heren en dames voetballers. Ga gerust en uitgebreid loco in alle vestimentaire zottigheid. En plamuur uw socials vol foto’s en reels. Ik ga het vakkundig en met veel graagte negeren. Sorry, het raakt mijn koude kleren niet.