Het Antwerpse Wembley-sprookje van 1993: hoe The Great Old heel Europa verbaasde
Gaststuk door Brent Gurny.
Er was eens… een ploeg uit Deurne-Noord die het onmogelijke mogelijk maakte. Het seizoen 1992-1993 begon voor Royal Antwerp FC zoals in de beste sprookjes: met een triomf die niemand had durven voorspellen. The Great Old won de Beker van België tegen KV Mechelen, met een glansrol voor doelman Ratko Svilar. Die bekerwinst opende de deur naar het Europese toneel: de Beker voor Bekerwinnaars, de voorloper van de huidige UEFA Europa League. Wat toen nog niemand kon vermoeden, is dat Antwerp uitgroeide tot een van de grootste outsidersuccessen in de Belgische voetbalgeschiedenis. Een reis die hen tot op het heilige gras van Wembley zou brengen.
Glenavon-uit: de eerste nachtmerrie
De Europese campagne begon nochtans allerminst sprookjesachtig. Antwerp moest in de eerste ronde langs Glenavon FC, een Noord-Ierse amateurclub uit Lurgan. Op papier een simpele opdracht, in werkelijkheid een bijzonder lastige avond. De thuisploeg trok een onverzettelijk blok op voor het doel en Antwerp slaagde er maar niet in om een opening te vinden. Vijf minuten voor rust sloeg het noodlot toe: Glenavon zette een zeldzame aanval op, Antwerp kreeg de bal niet weg en Svilar dook zelfs naar de verkeerde hoek. Een plaatselijke bestelwagenchauffeur werd de held, en Antwerp ging rusten met een beschamende 1-0-achterstand.
Na de pauze was het wachten tot Didier Segers met een afstandsschot het publiek deed opschrikken, en nog later was het Hans-Peter Lehnhoff die eindelijk de code kraakte. Hij kapte zich vrij en trapte vanuit een haast onmogelijke hoek de 1-1 binnen. Het was meteen ook het laatste wapenfeit van de wedstrijd. Antwerp moest terug naar de Bosuil met een gelijkspel dat allesbehalve geruststellend aanvoelde.
Ook de terugwedstrijd werd een gevecht dat veel zweet, frustratie en geduld kostte. Glenavon vocht voor elke morzel grond en was niet bang van een hard duel meer of minder. Pas na zestig minuten besloot Lehnhoff opnieuw het verschil te maken met een indrukwekkende rush, die uitmondde in een penalty. Wim Kiekens bleef koel en trapte Antwerp op voorsprong. Toch kwamen de Noord-Ieren opnieuw langszij dankzij een knappe lob over Svilar. Na 120 minuten stond de 1-1 nog op het bord en moesten strafschoppen beslissen. Daar stond de man van de bekerfinale weer op: Ratko Svilar. Hij pakte niet één maar meerdere penalty’s, waarna Smits de beslissende trap binnenschoot. Antwerp gaf niet de indruk dat het ver zou raken in deze campagne, maar wél dat het vechten kon. En hoe.
Admira Wien – van droomstart naar complete paniek
Admira Wien wilde kost wat kost doorgaan in deze competitie en Antwerp heeft het erg moeilijk in de beginfase. De held van vorige week, Czernia zorgde dan na twintig minuten voor een beetje rust in de harten van de spelers. Vijf minuten voordat we gingen rusten, maakt Wim Kiekens een overtreding op de aanvaller van Admira. Marschall revancheerde zich en trapt na. De scheidsrechter stuurde hem met rood van het veld.
Koude douche voor de Oostenrijkers. De klus geklaard, zou je denken. Met nog een aantal minuten in de eerste helft te spelen kwam Antwerp nog maar voor de tweede keer over de middenlijn. Ook deze keer slaagde de aanval en stonden de mannen van Walter Meeuws vier doelpunten voor dankzij Severeyns. In de tweede helft loonde de constante druk van Admira. De Oostenrijkse aanvaller gaf de bal op de grond terug naar achter (wat in deze tijd een fortyfive genoemd wordt) en scoorde Bacher de aansluitingstreffer. Na een uur voetballen, kwam de uitploeg nogmaals opzetten met een aanval. Deze keer Abfalterer met een lang afstandsschot. Plots waren de Belgen de controle over de match totaal kwijt. Zeker nadat het nummer tien van Wenen de vrije trap heerlijk langs de muur krulde en in de linkerbovenhoek liet vallen.
Tien minuten later nam de lossigheid van rood-wit alleen maar toe. Met nog een uitdoelpunt tot gevolg. Erg jammer dat de ploeg met een man meer die situatie niet kon benutten. Plots stonden de bordjes weer in evenwicht. Verlengingen moesten dus nogmaals de uitkomst bepalen. Antwerp speelde slecht in deze wedstrijd, maar trok dankzij Rony Van Rethy toch nog aan het langste eind. Wat een heerlijk afstandsschot bij een afvallende bal na een slechte corner.
Steaua Boekarest: het Balkanverhaal met Alex in de hoofdrol
In de kwartfinales wachtte een naam die in de vroege jaren ’90 nog steeds paniek zaaide: Steaua Boekarest. Europees ervaren (in 1986 nog winnaar van Europacup I, met László Bölöni als dirigent), fysiek sterk en berucht om hun vurige thuispubliek. De heenmatch op de Bosuil eindigde ondanks een Antwerpse kansenregen op 0-0. De Roemeense doelman was onklopbaar — ironisch genoeg beschreef de Antwerpse scout hem een week eerder als “ne vliegenvanger”. De feiten bewezen het tegendeel.
De terugmatch in Boekarest ging de geschiedenis in als een van de meest vijandige uit de Antwerpse annalen. De spelers werden de hele nacht wakker gehouden door lawaai van de lokale supporters, de bus werd bekogeld, en scheldpartijen vlogen in het rond. Op het veld was de sfeer nog intenser. Steaua kwam via Dumitrescu op voorsprong, de kaarten vlogen links en rechts, en opstootjes waren talrijker dan doelpogingen.
Na een onterechte tweede gele kaart werd Taeymans uitgesloten. Severeyns kreeg nog een reuzenkans maar mikte op de doelman. Gelukkig was daar opnieuw Alex Czerniatynski, die alweer een dijk van een wedstrijd speelde.: hij prikte de 1-1 binnen, evenaarde met die goal Karl Kodat (qua goals op Europese goals) en zorgde ervoor dat Antwerp dankzij de uitdoelpuntenregel naar de halve finale mocht. Een historische stunt.
Spartak Moskou: de reus die viel
De halve finale bracht een absolute Europese topclub naar de Bosuil: Spartak Moskou. De ploeg van Russisch president Boris Jeltsin had Liverpool met 6-2 uitgeschakeld en vervolgens ook Feyenoord uit de competitie gewipt. Antwerp leek geen enkele kans te maken, maar in Moskou speelde het sterk en hield het de schade beperkt tot 1-0.
De terugmatch zou uitgroeien tot een van de meest grootse avonden op de Bosuil. Met 16.000 uitzinnige supporters was het stadion tot in de nok gevuld. Er zat dus meer dan 50.000 man in de Bosuil. Toch kwam Spartak opnieuw op voorsprong via Radtsjenko. Antwerp moest drie keer scoren om Wembley te bereiken.
En toen begon de magie.
Czerniatynski trof eerst raak dankzij een afgeweken bal. Daarna snelde Taeymans langs rechts en zette perfect voor naar Jakovljevic, die de 2-1 binnen knalde. De Bosuil trilde op haar grondvesten. Maar het absolute kantelmoment kwam toen Spartak opnieuw agressief werd: Czerniatynski kreeg voor de tweede keer in de match een slag in het gezicht. Deze keer had de grensrechter het gezien. Rood. Penalty. Hans-Peter Lehnhoff zette zich achter de bal en trapte Antwerp naar Wembley. Na het eindsignaal stroomden ze massaal het veld op. Voor het eerst in de geschiedenis stond Royal Antwerp FC in een Europese finale. Een moment dat in het collectieve geheugen gebrand staat.
12 mei 1993: Wembley kleurt rood-wit
De finale van de Beker voor Bekerwinnaars, op 12 mei 1993, was het hoogtepunt van het Antwerpse sprookje. Tientallen duizenden supporters trokken naar Londen, waar ze het stadsbeeld rood-wit kleurden. De tegenstander was het grote Parma, met namen als Minotti, Melli en Rode Duivel Georges Grün in de ploeg. Bij Antwerp stond Stojanovic in doel. Svilar keepte deze finale dus niet en dat was tot ongenoegen van voorzitter Wauters. De geblesseerde Lehnhoff speelde wel, wat toch opmerkzaam was.
De finale begon furieus. Minotti zette Parma met een wereldgoal op 1-0: een perfecte diagonale omhaal in de winkelhaak, volledig onhoudbaar. Maar Antwerp antwoordde meteen. Onder hoge druk veroverde Czerniatynski de bal en stuurde Severeyns diep.
Cisse trapte beheerst binnen: 1-1. Wembley daverde. De Antwerpse fans geloofden er opnieuw in, het sprookje leek nog lang niet uitverteld.
Maar de Italianen toonden hun klasse. Melli profiteerde van een misgreep van doelman Stojanovic en kopte de 2-1 binnen. Daarna bleef Antwerp vechten, maar echt doelgevaar bleef uit. Vijf minuten voor tijd gooide Cuoghi de wedstrijd in het slot door de 3-1 te scoren na een lange crosspass van Grün. De droom was voorbij.
Toen het laatste fluitsignaal klonk, werd er niet geweend, maar gezongen. Duizenden Sinjoren zongen in koor “Always Look on the Bright Side of Life”, als een ode aan hun helden. Want hoewel de beker naar Parma ging, had Antwerp een erfenis achtergelaten die tot vandaag uniek is: het blijft de laatste Belgische club die een Europese finale speelde.
Een sprookje dat blijft leven
Het verhaal van Antwerp in 1993 is meer dan een reeks wedstrijden. Het is het verhaal van vechtlust, karakter, verrassingen en ongelooflijke momenten. Van Glenavon tot Londen, van strafschoppen tot vuistslagen, van Russische reuzen tot Antwerpse helden. Het was een campagne die nooit vergeten mag worden.
Het Wembley-sprookje leeft voort in elke Antwerpse supporter. En misschien, wie weet, begint er ooit opnieuw zo’n wonderlijke reis. Maar tot die dag blijft 1993 het jaar waarin The Great Old heel Europa verbaasde.